kroongetuigen
dwalend
over de Oostwal
word ik gegrepen
door de vingers
van de treurwilg
zich hullend
in verborgen verleden
en jong groen
verstrijken op de Ravelijn
de eeuwenoude essen
de tijd
fluisteren jonge beuken
verhalen
over zout en meekrap
bewijzen bomen
de stilte
van de stad